Van een Meermin gevangen in Holland.

Al zeshonderd jaar spartelt de Meermin van Holland, ook wel het Groene Wijf, het Purmerzeewijf, de Meermin van Edam of de Meermin van Haarlem genoemd, door de Nederlandse cultuurgeschiedenis. In de loop van de eeuwen werd er heel veel over haar geschreven. Het originele verhaal was geschreven in het Latijn. Men sprak hier over een ‘indomita mulier’, vrij vertaald een sprookjesachtige vrouw zonder vaste woon- of verblijfplaats. Wat het precies is geweest blijft dan ook onduidelijk.

De Late Middeleeuwen: de oorsprong van het verhaal.

De eerste schrijver was een monnik aan het hof van Graaf Willem VI, vader van de bekende gravin Jacoba van Beieren. Daarop volgde de abt van het Haarlems Karmelieter klooster Joannes Gerbrandis a Leydis en er zouden nog vele schrijvers volgen: historici, natuurkundigen, filosofen, dokters en predikanten.

In 1517 werd het verhaal voor het eerst vertaald in het Nederlands en verscheen in de Divisiekroniek. Een kroniek over Holland in de Middeleeuwen geschreven door Cornelis Aurelius Goudanus, een augustijner-monnik die bevriend was met Erasmus.

De meerminmythe in de zeventiende eeuw.

In de zeventiende eeuw kwam het verhaal pas goed los: vele geletterde heren schreven over haar. Onder hen Joost van den Vondel en Jacob Cats en de een wist het nog beter dan de ander. In deze tijd voegden wetenschappers aan de ‘Naturalis Historiae’ een uitgebreide verhandeling toe over het feit dat er in Holland in 1403 een echte zeemeermin was gevangen. Het verhaal ging tot ver over onze grenzen. Dit terwijl er tegelijkertijd een lokale versie van het verhaal circuleerde waarin gesproken werd over het Groen Wijf of het Purmer Zeewijf.

 ‘Van een meermin gevangen in Hollandt’ zo luidt de kop boven dit verhaal. Bij de gravure staan ook nog de letters meermyn en zeewijf dus dat het hier om een échte zeemeermin gaat, daar wordt niet aan getwijfeld.

Gravure uit de Naturalis Historiae van Plinius.                   Ingekleurde versie door Hubert Christiaan Knispel

Enkhuizer Almanak

Tegenwoordig is het verhaal van de meermin nauwelijks bekend maar de hele achttiende eeuw, zo’n honderd jaar lang, was er achter in de (Stichters) Enkhuizer Almanak een kroniekje bijgesloten en bij het jaartal 1403 stond de vangst van deze zeemeermin vermeld. In het kroniekje stonden slechts twee afbeeldingen. Een van de stadhouder en een van de meermin.

Meermin uit het Schoorlder kroniekje.             Ingekleurde versie door Hubert Christiaan Knispel.

Over de grenzen.

De Franse natuurkundige Jean Baptiste Robinet haalde in zijn boek ‘La Nature’ dit verhaal aan als bewijs van het bestaan van zeemeerminnen. Het verhaal werd ook bekend in Amerika door het boek ‘Tales told in Holland’ geschreven door Olive Beaupré Miller rond 1926. Heel veel Amerikanen zullen dat boek in hun kinderjaren gekend hebben. Maar er is ook een verhaal uit Duitsland ‘Das Meerminneke.’ en zo zijn er nog veel meer.

Hoogste tijd voor natuurhistorisch onderzoek (eind 18e eeuw).

Deze meermin is de enige zeemeermin waar serieus natuurhistorisch onderzoek naar is gedaan. Men geloofde in deze tijd oprecht in dit soort zeewezens en over dit zeewijf moest nu toch echt eens duidelijkheid komen. De belangrijkste onderzoeker was Aernout Vosmaer (1720 – 1799), fameus natuurkenner, directeur van het kabinet van stadhouder Willem V en beheerder van de eerste dierentuin van Nederland het Kleine Loo bij Den Haag. In zijn verhandelingen ontrafelt hij het verhaal en zaait twijfel over de echtheid van de vangst, waarna het een legende wordt en voortaan wordt gezien als een volksverhaal.